Door de ontdekking van de grondvesten weet we dat de oorsprong van het dorp dagtekent uit een ver verleden. Er werden overblijfselen gevonden van romaanse stenen, aardwerk, kruiken, verkoolde aarde, gewelven van een steenbakkerij,...
Onze wandeling begint aan de kerk van Sint-Petrus en Sint-Paulus, waar relikwieën worden bewaard van Sint-Ghislain die komen uit de abdij van Florival, heel dichtbij. In neogotische stijl werd ze in 1863 herbouwd op de site van de oude kerk gewijd aan Sint-Petrus... Ze bevat interessante standbeelden van Sint Ghislain en Sint-Petrus uit de 18de eeuw en vooral ook een romaanse doopvont uit de 17de eeuw, versierd met vier afbeeldingen van mensenhoofden.
We gaan rechts rond de kerk in de richting van het gehucht "Les Monts". We steken de rivier de Train over en op onze rechterkant gaan we verder langsheen het park van het kasteel van Archennes, waarvan we de binnenplaats en de gevel al kunnen zien. Het park, aangelegd in Engelse stijl, bevat hele mooie bomen, waaronder enkele zeldzame soorten. Het kasteel is een klassiek gebouw van het einde van de 18de eeuw.
Via de Rue des Monts komen we in het gehucht "Les Monts" met enkele heel oude huisjes. Daarna zetten we onze tocht verder, ofwel dwars door het dorp, ofwel langs het dorp, in de richting van het kasteel "La Motte", een groot eigendom niet ver gelegen van de oorspronkelijke plaats van het oude middeleeuwse versterkte kasteel dat gebouwd werd op "une motte" ("een aardkluit") (in een sparrenbos aan de andere kant van de spoorweg). Het werd verwoest rond 1580 en nu blijven enkel nog wat grondvesten over. De site werd doorzocht en al het archeologische materiaal werd overgebracht naar het gemeentehuis van Grez-Doiceau (geklasseerde site).
We steken de spoorweg over. Wat lager ligt een waterpompstation van de maatschappij SWDE. In Grez-Doiceau werd op verscheidene plaatsen water opgepompt. DIt is mogelijk omdat de ondergrong rijk is aan watervlakken. Het opgepompte water wordt vooral gebruikt om de regio van Mechelen van water te voorzien.
We nemen de landweg die rechts van ons ligt en loopt langs de spoorweg. Links zien we een populierenbosje, en verder akkers en grasland in de prachtige vallei van de Dijle, die beneden de vallei doorkronkelt. Deze waterrijke zone maaket deel uit van het "Parc Naturel Régional de la Dyle", dat een oppervlakte van ca. 400 ha omvat.
Het Parc Naturel staat in het decreet van 16 juli 1985 beschreven als een landelijk gebied met een grote biologische en geografische waarde, reden waarom er maatregelen moeten worden vastgelegd om er het milieu te beschermen, en dit in harmonie met economische en sociale groei op deze plaats.
We gaan onder de spoorweg en nemen het pad dat er langs loopt. We steken de Train over, gaan verder tot aan de Rue de Florival en genieten van het mooie zicht op het park van het kasteel. We draaien links in en gaan over de spoorweg.
We volgen voor 600 m de rijweg tot aan de volgende overweg. TIjdens dat stukje krijgen we een mooi zicht op het nieuwe "Réserve Naturelle Domaniale du Bouly", dat zich bevindt in het Parc Naturel Régional de la Dyle en in de Zone de Protection Spéciale de l'Avifaune européenne.
Zoals de panelen aan de twee ingangen geplaats door het DGRNE zeggen, omvat dit reservaat voornamelijk populierenbosjes, een meander van de Dijle, de Robson, vochtige weilanden, woudranden en wilgenrijen. Onder de populieren die in de weiden staan, vestigde zich een natuurlijk ooibos (bestaande uit iepen en essen), zeldzaam geworden in midden-België, en is er zich langzaam verder aan het ontwikkelen. De site herbergt ijsvogels, zwarte spechten, kikvorsachtigen en waterinsecten.
Dit reservvat moet nog verder worden aangepast , maar zal binnenkort een aantrkkelijke plaats zijn voor natuurliefhebbers en wandelaars.
Weet dat de spporlijn Ottignies-Wavre-Louvain aangelegd werd in de 2de helft van vorige eeuw en perfect paste in de brede vallei van de DIjle. Ze werd aangelegd op opgehhogde grond om zo de vochtige zones te kunnen doorkruisen. Ze rijdt door Grez-Doiceau over een lengte van 8km met 4 stations en laat zo toe een mooi overzicht van de volledige vallei van de Dijle te krijgen. Een ritje heen en terug is aan te raden.
In de verte ziet men het gebladerte van de bossen van Laurensart die in 1939-1940 de defensielijn van de Dijle aftekende. Een beetje verder zien we het park van de abdij van Florival, die opgericht werd in de 11de eeuw en gebouwd werd in een laagland "bezaaid met bloemen". Ze werd meerdere keren verwoest en heropgebouwd en heeft ook de Franse Revolutie niet kunnen overleven.
We draaien naar rechts en steken de spoorweg over. We zijn nu in de Rue de la Verte Voie die we volgen tot aan het kleine gehucht bestaande uit slechts enkele huisjes aan de rand van het bos. De hele mooie holle weg die links naar boven gaat, reikt tot het Plateau de la Malaise, door bossen en velden. We vervolgen onze weg tot aan het kruispunt met een geplaveide straat die leidt naar Bossut, dat we in de verte zien liggen. Een heel oude boom, een olm, met een gedenkteken gewijd aan Onze-Lieuve-Vrouw domineert het waardevolle plateau.
Op de beboste helling van de Dijle, tuseen Archennes en Pécrot, vinden we nog enkele overblijfselen van een type natuurgebied dat steeds zeldzamer aan het worden is: het gaat over droge heide, vorrnamelijk bestaande uit heide, met blauwe bosbes, bochtige smele, zwenkgras,... zonder heesters of struiken. We zien dat er zich her en der groepjes brem of adelaarsvaren vormen. 30 aan 40 jaar geleden was dit landschap nog veel voorkomend, maar langzamerhand werd de heide ingenomen of bevolkt door bomen en heesters om tenslotte helemaan te verdwijnen. We vonden ze onder andere terug in de Verte Voie.
We volgen rechts de geplaveide straat Avenue Fernand Laaby over zo'n 400 m, dan nemen we rechts aan aardeweg, 500 m verder gaan we naar links en dan opnieuw rechts om zo door de velden en het bos af te dalen naar l'Hézidelle, een uitgestrekte open plek in het bos op het zuiden georiënteerd. Ze domineert het centrum van het dorp Archennes, genesteld rond de klokkentoren en ingesloten in een kistje van groen, dikwijls gesluierd in lichte nevel. Voor dat we de rijweg bereiken, slaan we links vóór de huizen een kleine pad in. DIt zal ons tot aan de kerk brengen, het einde van onze wandeling.
Zoals we hebben kunnen veststellen, hebben we de vochtige zones van de vallei van de Dijle doorkruist, daarna terug door het bos de hellingen van de vallei opgeklommen om zo op het uitgestrekte plateau te komen, waar de akkers domineren, en tenslotte terug af te dalen langs de beboste hellingen. DIt stramien vinden zo ongeveer overal in Grez-Doiceau terug waar valleien en plateaus zich afwisselen.