Afdrukken versie
Een kaart waarop de 6 wandelingen ingesteld zijn is verkrijgbaar bij het "Toeristische informatie centrum" aan de prijs van 5 €.
We vertrekken vanaf de Place E. Dubois, vlak voor de pastorie (een prachtig 18de -eeuws pastorhuis met mansardedak). Ernaast zien we de St Gregoriuskerk die in 1782 werd heropgebouwd door de abdij van Valduc. Aan de voorzijde domineert een rijzige, robuuste toren in Romaanse stijl. In de kerk letten we vooral op het hoofdaltaar en de koorstoelen uit de 17de eeuw, een 18de-eeuws Christusbeeld, de spreekstoel (17de eeuw), beelden van Sint Rochus en Sint Niklaas (17de eeuw) en keramisch werk van Max vander Linden. Verder zien we ook nog mooie houtsnijwerk en een communiebank. Vroeger kwamen naar deze kerk veel gelovigen voor hun bedevaart ter ere van Sint-Marculfus (zie tafereel en beeld).
We gaan voorbij de kerk en komen zo in de Rue de la Barre en we draaien naar links. Op de hoek staat een zogenaamd Spaans huis uit de 18de eeuw waarvan het oorspronkelijke uitzicht bewaard is gebleven. In de Rue de la barre (nr. 7, 8, 9) zien we verder nog mooie dorpshuizen uit de 18de eeuw. Net vóór de brug slaan we recht een weg in die langs de rivier loopt, de Quai Saint Michel. Op dit deel van het traject worden we aangenaam verrast door een pad bezaaid met meidoornstruiken. Aan onze linkerkant zien we de Pont d'Arcole, waar de Train en de Piétrebais samenvloeien en we een mooie verzameling rode beukenbomen zien. Een beetje verderop lopen we langs de Franc Moulin, een groots huis uit de 19de eeuw, omgeven door een muur.
Van op de geplaveide straat komen we nu op een weg die over een zekere afstand de vallei de van de Train volgt. In het park bevindt zich een ondergelopen oude steengroeve. We bevinden ons nu op de flank van de vallei. Aan onze linkerzijde zien we vochtige gronden met een hoge biologische waarde, aan onze rechterzijde grote bewerkte akkers waarvan het hoogst gelegen gedeelte grenst aan de verkaveling en de golfterreinen van Bercuit. Zo komen we in het gehucht Morsaint.
We nemen nu links opnieuw de geasfalteerde weg. gaan over de Train en komen zo aan de rechterkant in de Rue de Royenne. Een beetje verder nemen we links de Chemin du Ry de Hèze, dit loopt langs het gelijknamige riviertje. Links bevindt zich de beboste heuvel van Biez, rechts het landelijke Royenne, dat reikt tot aan het bos van Grand-Sart. Een hele mooie weg leidt ons langs de "Fond de Hèze", de kapel Coppe bij de prachtige lindeboom en een klein waterpompstation.
Hier start de variante van deze wandeling, die verder beschreven staat. We volgen verder de Rue du Résidal, waarvan het lagere gedeelte in de vallei loopt langs het gehucht Hèze, dat gebouwd werd op de flank van de helling. (Voor de liefhebbers zijn er nog aangename straatjes tusen de Rue du Résidal en de Avenue Félix Lacourt die worden gekenmerkt door oude, karaktervolle landelijke huisjes)
Aan het einde van de Rue du Résidal nemen we de Rue Marguerite en komen zo bij de Avenue Félix Lacourt die je rechts moet inslaan en 300m volgen tot aan de kapel van de Heilig Bloed. Hier nemen links een weg die ons brengt bij de hoeve "Ferme de la Sart" of "del Sart", een grote hoeve met gesloten binnenkoer. Ze dateert uit de 2de helft van de 18de eeuw en past met haar ingang met prachtig authentiek pannendak perfect in de omgeving van het plateau van Hèze. Jammer genoeg geldt dit niet voor het lanbouwbedrijf dat we rechts zien.
We bevinden ons nu op het grote plateu van Hèze, met zijn zeer vruchtbare bodem, dat zich uitstrekt tot aan Longueville en Piétrebais. Prachtige uitzichten, talrijke landwegen, kleine bosjes en holle wegen zorgen voor een heel aantrekkelijk kader.
We gaan rond de hoeve en nemen de Chavée de la Sart in de richting van het bos we wandelen het bos door langs een mooie holle zandweg die echt heel aangenaam is. Voorbij het bos gaan we aan het kruispunt naar links en maken we een omweggetje om de kapel te zien van Saint Sébastien de Cocrou, een klein gehucht dat deel uitmaakt van Grez. Let op het mooie portaal (glaswerk van L.M. Londot en keramiek van Max vander Linden).
We nemen terug de Rue de Bettinval en wandelen zo door de akkers en weiden in de vallei van Piétrebais, afgewisseld door stukken bos die vooral gelegen zijn op de hellende gedeeltes. Vóór ons zien we de heuvel van Biez waar bovenop de kerk prijkt met errond de huizen van het dorp. Van hieruit hebben we een ver uitzicht.
We steken de Avenue F. Lacourt over en beklimmen zo de nogal steile Rue du Beau Site. Rechts bezichtigen we een oude boomgaard en een oude opgeknapt hoeve, links, bijna op de top, zien we een mooie grote dorpswoning met een schitterends lindeboom; recht voor ons hebben we een bijzonder mooie panoramisch zicht op het centrum van Grez, Bossut en wat verder het woud van Meerdael, Beausart, le Bercuit, ... We lopen tot bij de kerk gewijd aan Sint-Martinus. In dit neogotische bouwwerk vinden we interessant meubilair, waaronder een hoofdaltaar uit de 17de eeuw en mooie Louis XIV koorstoelen. We gaan rond de kerk en nemen de Rue Champ du Curé van waaruit we eveneens een bewonderenswaardig panoramisch zicht krijgen op Grez en omgeving. Het zicht wordt jammer genoeg verstoord door elektrische leidingen.
We dalen de Rue Champ du Curé af en komen zo voorbij een mooie gedeelte tussen 2 beboste hellingen. We slaan rechts de weg in die vroeger een oude spoorlijn was tussen Wavre en Jodoigne en die nu, gelukkig, gedeeltelijk een degelijke baan geworden is. We nemen links de Rue F. Lacourt en vervolgens rechts de Rue Basse-Biez.
Peu de temps après, sur la gauche, vous apercevrez le château de Piétrebais-en-Grez qui est, sans conteste le monument le plus important de la vallée du Train. Situé le long du Piétrebais dont les eaux alimentent ses douves, le château fut habité par les seigneurs de Grez dont la première lignée pourrait remonter à la fin du Xe siècle. Le donjon trapu et garni de meurtrières est le seul vestige de l’époque féodale ; ses murs ont une épaisseur de 1,45 m à la base et il ne reçut sa toiture qu’au XVIe siècle. A côté, l’entrée primitive du domaine où l’on accédait par un pont-levis. Grande porte cochère surmontée d’une magnifique pointe de pignon à volutes de style Renaissance. Dans la maçonnerie, les armes des van den Berghe et des Liminghe. La seule tour ronde subsistante est un colombier remarquable avec 500 boulins et son échelle tournante intérieure. Le château, rectangulaire et limité à l’origine par quatre tours d’angle a subi d’importantes modifications au XIXe siècle. Il est actuellement séparé en deux habitations distinctes (propriétés privées)
We nemen de Avenue du Monceau en lopen langs de Piétrebais. Vóór de tweede ingang van het kasteel, die moderner is dan de vorige, moeten we zeker letten op de oude brug van Grez-Doiceau, waarover vroeger de oude spoorlijn tussen Wavre en Jodoigne liep. We gaan terug tot de samenvloeiing van de Piétrebais en de Train en keren terug naar de Place E. Dubois, vlak voor de kerk. We zijn ervan overtuigd dat u tijdens de afgelegde 10 kms zeker de kans hebt gekregen een aantal mooie elementen van onze gemeente te bewonderen
Volg de vermelde wegbeschrijving tot aan de kapel Coppe en sla een eindige verder links de Rue du Boulevard in. We bezichtigen een aantal mooie landelijke huisjes, die doorgaans goed gerestaureersd zijn. We nemen de Avenue F. Lacourt en volgen die over 150m tot aan het station van de plaatselijke spoorlijn. Rechts zien we de mooie hoeve "Ferme du Sartage". We slaan links in en wat verder gaan we, ook links, het naaldbos in; we volgen de Avenue du Vicinal, waar we het uithangbord zien van de oude spoorlijn die hier tot 1956 voorbij kwam. We gaan halfweg op de helling rond de heuvel van Biez. Op de kruising met de Rue du Beau Site slaan we deze straat rechts in en komen zo op een zeer mooie helling waar we worden gecharmeerd door enkele oude karaktervolle huizen. Zo bereiken we de kerk van Biez, van waar we de vorige wegbeschrijving opnieuw opnemen. Daal gerust de Rue du Beau Site even af om naast nr. 24 het prachtige landschap te bewonderen.